Koorreis Canada – Amerika
vrijdag 30 juni 1995Hallo allemaal!!!!!!!
De Zangers van st. Frans hebben een schitterende reis achter de rug. De grootste en mooiste reis die ze ooit gemaakt hebben.
Wat er zoal gebeurd is in die 16 dagen, is hier voor jou neergeschreven. 1k heb dit dagboek afgewisseld met ‘faxflitsen’. Bijna elke dag is er namelijk een fax vanuit Canada of de USA naar Venray gestuurd. Hier heb ik kleine stukjes uit overgenomen. Achter het verslag staat een klein dankwoord van meneer van Wijk.
Of je nu een ouder, grootouder, broertje, zusje, vriendje of vriendinnetje van een zanger bent, of zelf mee geweest bent op deze reis, veel leesplezier!
Groetjes, Lando
Vrijdag 30 juni.
Laat ik dit reisverslag maar beginnen met een mopje van de, in Venray en omstreken, beroemd geworden Jos Poels (Josje stond vanmorgen in bet Dagblad van Noord-Limburg):
Jos: Ken je die mop van Jezus al?
1k : Uh nee.
Jos: Ach, laat maar hangen.
Maar dan nu het echte verhaal.
Wekker!……….wat is het…….. vroeg.
Koffer in m’n kamer?……. Oh ja, Canada (bijna vergeten). Opstaan (jakkes, het lijkt alsof ik nu al een ‘jetlag’ heb) en naar de Galmhut. Kijk nou, de bus is op tijd. Maar met Van Ham is het altijd prijs. Ze hadden niet verwacht dat met 70 jongens ook 70 koffers mee moeten. Bus weer weg, skibak halen en dus pas na 9.00 uur vertrekken. Oh ja wie was trouwens ook pas om 8.30 uur aanwezig, een half uur te laat:
Meneer Buys… Foei Foei.
ledereen aanwezig (volgens meneer Buys was dit bij de repetities nooit het geval geweest). De bus in en karren maar. Canada here we come!
Raadseltje: Wie waren het eerst in de bus en waar gingen ze zitten? Juist, Frank Daan Casper en Wouter stormden naar boven, voor in de bus waar de VIP plaatsen zijn. Na één uur rijden zijn hun afvalzakken al vol met lege blikjes, snoepzakken en andere troep (nog geen kots, hopelijk komt dat ook niet maar ik vrees het ergste).
Beste lezer, mag ik U even lastig vallen met enkele vragen die me de laatste 30 minuten door verschillende jongens gesteld zijn? Nee? 1k doe het lekker toch. *Moeten we vandaag nog zingen? *Hoe laat zijn we er? *Waar moet ik naar toe als er een bom in de bus ontploft? *praten die mensen van het gastgezin ook nederlands? *Heb jij al ooit gevlogen? *Lust je een snoepje? *Zitten wij alleen in het vliegtuig? 1k weet echt niet meer wat ik allemaal geantwoord heb.
Parijs, kijk daar in de verte de Eifeltoren. Bus bus bus bus, Vliegveld. Meneer Buys vertelt “Vliegtuig stuk” WHATT? “We kunnen morgenvroeg pas vliegen”. Ach man lul niet. Maar meneer Buys is niet zo’n grapjas. Het was echt zo.
Faxflits: als je bij het vliegveld Orly aankomt en daar te horen krijgt dat g vliegtuig panne heeft en naar de fietsenmaker in Amsterdam moet…. Dat is op z’n minst even slikken.
Koffers op het vliegveld gelaten en met een Franse bus, die speciaal voor ons geregeld was, naar de Eifeltoren gereden (zien we die toch nog van dichtbij). Niet de Eifeltoren omhoog, maar naar beneden. Boottochtje over de Seine. Warrrummm, Zon Zon Zon, geen franse Francs, droge strot. Zingen en praten gaat niet meer, dus schrijf ik maar. Natuurlijk ook een beetje van bet mooie Parijs bekeken. Ook in de bus naar het hotel kregen we van een mevrouw (die Nederlands sprak) van alles over deze stad te horen. Goed geregeld!
Over de kwaliteit van het diner waren de meningen verdeeld. Het zeewier dat bij het voorgerecht zat (koude schotel) vond ik best wel lekker. De kamers waren kei sjiek. Tv, telefoon en prima bedden: goede vering (om te springen) en langwerpige kussens (perfect voor een kussengevecht). ‘s Nachts tot 5.30 uur de gebruikelijke perikelen (van je vakantie moet je zoveel mogelijk meemaken, waarom zou je dan gaan slapen?!).
Faxflits: Alleen van bier tappen hebben ze hier geen kaas gegeten.
Zaterdag 1 juli:
Vroeg wakker, nou ja wakker? Lekker ontbijten en pleite naar bet vliegveld. Daar aangekomen konden wij eerst met z’n allen de Hollander uithangen in de Taxfree shop (want ons ben zuunnig). Nog even spelen met een platte roltrap en dan naar het vliegtuig, niet dus. Eén motor verloor kerosine en dat mocht natuurlijk niet …. wachten, wachten.
De andere koren die samen met ons stonden te wachten begonnen al Boeoe te roepen en te fluiten. Asociaal hè. Wij hadden een betere oplossing om de tijd door te komen Liedjes zingen: ‘K heb een tante in Marokko, Zeg Roodkapje, en natuurlijk ook lala lala lalalalala lalala lalala la la la.
Faxflits: Dat we de moed niet lieten zakken bleek toen er uit volle borst de nodige vaderlandse liederen door de vertrekhal galmden.
Eindelijk in de Boeing 747, waar we uitleg kregen over wat we moeten doen als we zouden neerstorten en zo. Toen gingen we starten. In één keer kregen we heel veel vaart, we werden in onze stoelen gedrukt en door de kleine raampjes konden we de bomen voorbij zien zoefen, en toen, en toen, toen zagen we de bomen niet meer. We vlogen. Applaus. Tof joepie,wat wordt Frankrijk klein zeg.

Filmpje, hapje, dutje en je zult het niet geloven, maar enkele uren na de start zijn we ook weer geland. Jaa, weer applaus. Na enige Douane-traagheid, de schoolbussen in en aangereden naar Trois Rivières. Deze gele bussen hadden een grote bagageruimte (in het gangpad) en prima vering (achter in de bus stuiterde je soms bijna tegen het dak aan). Na tien minuten rijden was onze indruk van Canada al compleet: Alles is anders dan in Nederland. Meer is er niet te vertellen.

Meteen naar een grote school waar we een vette hap naar binnen werkten, en daarna naar de gastgezinnen. Zij hadden een big car, big house en vaak ook nog een big swimming pool. Een grote groep mannen en ook wat staf sliepen in een soort studenten appartementen (ook erg ruim, maar vooral zeer gezellig).

Ron Barents en Ramon Broens te gast bij familie Chamberland in Trois-Rivières
Zondag 2 juli :
Faxflits: Allo Pays Bas, ici Canada.
‘s Ochtends moesten we een mis zingen. Het was maar liefst 30°C op bet priesterkoor, dus we hoefden niet bang te zin dat de kou op onze gouden keeltjes zou slaan. Het zingen ging dan ook prima. Na de mis kregen we weer wat lekkers te eten. Dat vonden we zo fijn dat we voor onze gastouders meteen twee profane moppies gingen zingen.
‘s Middags concert in de kathedraal. Fauré, oh oh, da’s geen moppie, da’s muziek … althans dat kan muziek zijn. En ja hoor, daar stonden de zangers van St. Frans en het werd muziek.

Faxflits: Allerlei toestanden met omkleden, repeteren, klaarstaan in de sacristie enz. Resultaat: alom tevredenheid, daverend applaus en een lyrische dirigent Peter Ligtermoet.
Na het avondeten zouden we nog drie profane liederen zingen op een groot podium op een plein in Trois Rivières. Maar niets daarvan. Van 20.00 tot 22.30 uur op de grond (of onze map) gezeten, maar optreden mochten we niet. BAAL!. Er was wel tienduizend man publiek (grove schatting van uw reisverslaggever). Toch was het soms ook wel gaaf. Bij het Hallelujah van Händel zong iedereen harder dan z’n buurman.

Faxflits: Wat eigenlijk toch een ontzettend, gewoon, leuk stel, jonge, opgroeiende mensen. A bientôt.
Maandag 3 juli:
Naar Québec waar we een ‘fantastische’ (ahum) rondleiding kregen, slèèèècht. Hapje in het gras gegeten
Faxflits: Heerlijk, een echt vakantiegevoel.
en op de warme stenen voor het grote podium gaan zitten.
Faxflits: Op weg daar naartoe hadden we een sanitaire stop bij een paar ‘piscabines’ die langs de weg stonden. Eindelijk was Don Mulders aan de beurt en jawel hoor, ze konden het niet laten. Don ging bijna met cabine en al over de kop.
Hier was de ceremonie van de vrede. Maar er was ook een zon. Bah, wat was het warm. Mappen werden boven elkaars hoofd gehouden om voor een beetje schaduw te zorgen. Na enige tijd kwamen er flessen water en frisdrank aan, die wisten hun weg naar onze keeltjes wel te vinden. Toch was de ceremonie wel mooi. Frank Derks moest op het podium enkele vragen beantwoorden (Wat kan die liegen zeg). Frank mocht ook helpen met het vrijlaten van de vredesduiven. Ze waren allemaal wit op één na, die was zo geel als een kanariepiet misschien was het wel een kanarie? Maar nee, ook het gele vogeltje leek erg veel op een duif. Deze duiven lieten zien waar het in deze ceremonie van de vrede om ging. Ook al was de gele duif anders dan de rest, hij werd volledig geaccepteerd door de witte duiven en als één zwerm vrienden vlogen ze weg, hun vrijheid tegemoet.

‘s Avonds concert vanaf ditzelfde podium. Weer waren er duizenden mensen publiek die naar ons en de andere koren kwamen luisteren. Bij ‘Aan de Amsterdamse grachten’ gingen sommigen met aanstekers meezwieren en bij ‘1k heb m’n wagen volgeladen’ gingen ze enthousiast meeklappen.

Dinsdag 4 juli:
Trois Rivières bekeken vanuit de schoolbussen. Het bleek een mooie en interessante (papierfabriek stank) stad te zijn. De zeer leuke gidsen (één was ook nog erg mooi) gaven ons een prima rondleiding en wisten ons wel te amuseren (niet verkeerd opvatten).
Faxflits: Kijk nou, een voetbal en een veldje met twee goals. Shirts uit en ballen maar. Groot en klein deed mee. Na 20 minuten …. shirts weer aan. Moesten we stoppen? Nee hoor, we werden zo rood als een stel kreeften. Maar wel lekker een uur gevoetbald.
‘s Middags was er het galaconcert waar ook wij natuurlijk aan mee zouden doen. Niet dus, de jongens waren te schor (baal baal). Statten maar.
Faxflits: souvenirs en kaarten kopen voor U allen die in Venray achterblijven. U mist echt wat. Wat een reis.
Na het diner in het Ursulinenklooster concertje geven op een podium bij het water. Nadat we onze drie profane moppies gezongen hadden kregen we een staande ovatie (hadden we maar meer gezongen). Jammer dat meneer Buys er niet bij was, dit had hij moeten horen!
Woensdag 5 juli:
Faxflits: Onze sopranen hebben wat verloren: hun stemmetjes. Waarschijnlijk te veel gezwommen bij de gastgezinnen in de toch wel frisse avondlucht.
Dag gastpapa, dag gastmama, op naar Montréal. Na twee uur rijden kwamen we in deze grote stad aan. Met verschillende andere koren gingen we het Olympisch stadion bekijken. Het was nu ingericht als honkbalveld, maar het zou ook tot voetbal of American football veld omgeturnd kunnen worden. De hal leek niet zo groot, maar als je eens goed ging kijken dan bleek het een immens gebouw te zijn. Jammer dat het plafond er niet meer vanaf kon. Het kon omhooggetakeld worden en verdwijnen in de grote pilaar. Dat had ik wel eens willen zien. Op de tribunes van het Olympisch zwembad hebben we onze lunchdoosjes gekregen (en leeggemaakt, behalve het blikje met tomatensap, jakkes dat was vies).
‘s Middags naar de kathedraal waar we die avond bij het galaconcert zouden zingen. We mochten pas anderhalf uur later repeteren. In de tussentijd heeft kapelaan Woutering een korte mis gedaan voor de moeder van meneer van Wijk. Zij was in Nederland overleden. Op eigen initiatief gingen veel mannen en ook wat jongens hier naar toe. Dit vonden meneer van Wijk en Rozé erg fijn. Heel attent van jullie, uit zoiets blijkt dat we een (h)echte vriendengroep zijn. De overige jongens en mannen zijn even een rondje gaan lopen door de straten van Montréal. Na de repetitie in deze schitterende kathedraal reden we naar de universiteit waar we heerlijke ravioli verorberd hebben. Nog nooit hebben we op een koorreis zo heerlijk gegeten als hier in Canada. (Alleen het ontbijt is voor sommigen wat te vet)
Het concert….concentratie allemaal. Dolf Drabbels zong met zijn tenorstem de solo van sopraan Hans Weijers. Hans had te veel geschreeuwd en was schor. Dolf had ’s middags het blaadje pas voor het eerst gezien maar hij zong de sterren van de hemel. Klein foutje omdat hij het natuurlijk nog niet zo goed kende, maar veel mensen in het publiek zullen dat niet eens gemerkt hebben. Ook tenor Lando Koppes zette zijn keel nog even open bij de solo van ‘King all glorious’. Zo, we hadden genoeg staan zweten op het podium. We konden gaan zitten om naar de andere koren te luisteren en af te koelen. Niet dus, bah wat was het heet.
Faxflits: Bij terugkomst op het internaat volgde nog een donderspeech van Marc voor de jongens om vooral morgen zo weinig mogelijk te praten om de stem te sparen voor ons optreden morgenavond voor de Nederlandse kolonie in Toronto.
Hè hè, eindelijk konden, en moesten, we op tijd naar bed. Daar waren we wel aan toe. Elke jongen sliep met een tenor of bas op een kamer. Er werd dan ook niet meer gerotzooid en iedereen lag in no time in coma.
Donderdag 6 juli:
Au révoir Montréal.

Met onze nieuwe bussen met airconditioning (echt wel beter dan die gele schoolbussen) gingen we op weg naar Oshawa, dat een klein stadje bij Toronto is. Bij McKlef (McDonnalds) hebben we als echte foodjunks een portie fastfood verorberd: Jummie.
Faxflits: Dat ging er wel in bij de Boys; maar we weten nu wel waarom er hier zo veel dikke mensen rondlopen: véél, vet, zoet en vooral goedkoop.

Exact als afgesproken kwamen we om 19.00 uur in Oshawa aan. Als popsterren werden we onthaald. De mensen maakten foto’s van ons en van onze bussen. Uniform aan en zingen maar, een echt ouderwets groot concert. Eerst kerkelijke gezangen in de kerk (in het begin een beetje vals en ongelijk maar later wel heel goed). Daarna in de zaal naast de kerk nog negen profane liederen gezongen. De vele Hollanders in de zaal vonden het schitterend om ‘K heb m’n wagen, Amsterdamse grachten en Koorkolder te horen. Bij sommige liedjes gingen we steeds sneller zingen; het was dan ook erg warm op het podium. Effe Wachten….. Pizza! Bijna iedereen kwam in een Nederlands gastgezin (oeps, opletten dat je niet iets verkeerds zegt).
Faxflits: Gauw het bed in, want het was weer een vermoeiende dag.
Vrijdag 7 juli:
Via Toronto, waar de snelweg soms 16-baans is, naar Niagara (Indianentaal voor ‘donderend water’). Whow wat gaaf! Met het bootje ‘The Maid of the Mist’ voeren we tot dicht bij de beide watervallen. Bij de grote waterval deinde de boot op en neer, waaide het hard en waren de blauwe regenjassen echt geen overbodige luxe. Dat was stoer. Ongelooflijk hoeveel water daar naar beneden komt kletteren, SCHITTEREND.

Faxflits: Magnifiek, schitterend fantastisch, overweldigend, enz.
Voordat we in een bioscoop nog een film gingen kijken over de Niagara falls hebben we nog bij McKlef (deze keer vergelijkbaar met McDonnalds) gehapt en veel cola gedronken, er was namelijk ‘free refill’.
Met de bus naar Toronto om de CN-Tower te bekijken. Van veraf lijkt ie niet zo groot, maar als je er dichtbij staat… oeps. Naar boven? Ja natuurlijk. De lift ging erg snel maar deed er toch een hele minuut over om op een hoogte van 345 meter te komen. Er was daar een glazen vloer waar je overheen kon lopen. Dat was best wel eng, zo diep beneden je was de grond pas, jakkes! Sommige jongens en mannen zijn voor drie dollar extra nog 102 meter hoger gegaan. Dit was het hoogste punt dat je kon bereiken, 447 meter boven de grond. Je had daar echt een te gek uitzicht.


Faxflits: 1k vraag me af hoe die kleine bolletjes al die indrukken moeten verwerken. Het is zó overweldigend, zó anders, zó veel; dat vergeten ze hun leven lang niet meer.
Zaterdag 8 juli:
Naar Detroit waar we om 14.00 uur een concert moeten geven bij de barbecue van Inalfa Hollandia. Het was 400 kilometer rijden, dus vroeg uit de veren. Toch kwamen we een uur te laat aan, en veel mensen waren al weg (da’s jammer). We hadden best een beetje honger en gingen eerst de resten van de barbecue plunderen (maar wat je opschept behoor je ook op te eten) en daarna pas zingen. Inalfa was vet wel gul.
We kregen allemaal een leuk t-shirt en een kleine walkmanradio. Uniform uit, speelkleertjes aan en spelen maar.

Een botsing bij het volleyballen mocht de pret niet drukken Verzamelen en naar het Holiday Inn hotel. Elke jongere weer met een wat oudere op een kamer. Whow, This is great. Mooie grote kamer met grote bedden en een mooie badkamer. Kom, meteen gaan zwemmen. Maar na tien minuten badmeester pesten vond Job Cornelissen het genoeg. Hij bedacht een prima rede om met z’n allen van het buitenbad naar het binnenbad te gaan. Job zegende het buitenbad met een groot plakkaat kots….

Faxflits: ‘s Avonds nog gezellig een pilsje gedronken met de oudere mannen. Toevallig speelde in de bar een bandje en na de nodige biertjes kwamen ze los. Solo’s van Don, Lando, Ilja, Ron enz. Hartstikke gezellig.
Zondag 9 juli:
Detroit is de autostad van Amerika en heeft een Fordmuseum waar we deze dag drie uur hebben rondgewandeld. Er was erg veel te zien, treinen, vliegtuigen, grote stoommachines, allerlei oude gebruiksvoorwerpen en nog véél meer. Oh ja natuurlijk ook auto’s, grote en kleine, oude en nieuwe, mooie en gekke maar allemaal bijzonder. Na een boterhammetje bij de bus naar het aangelegen Greenfield Village gegaan. In dit dorpje stonden allemaal oude huizen en gebouwen uit ongeveer 1870. Ook de mensen die er rondliepen hadden kleren aan uit die tijd en ze deden dingen ala de mensen van toen. Soldaten, huisvrouwen, boeren, een stoomtreinmachinist en indianen. Mooi om te zien…. Zien, zien, ooit een echte pizza gezien? Wij wel. Bij de Pizza Hut tegenover bet hotel een medium pizza besteld. Hoewel verschillende zangers samen met één pizza deden, bleef er nog een hele stapel over. Deze hebben we meegenomen in ‘doggy-bags’ zodat we maandag bij de lunch nog allemaal een flink stuk zouden hebben (slim hè)
Faxflits: In dat soort gelegenheden krijg je pas een goed beeld van de echte consumptiemaatschappij Amerika. Er is maar êén motto: Veel, lekker en goedkoop. De ogen vielen bijna uit de kassen toen ze die enorme pizza zagen. Bij ons genoeg voor een heel gezin.
Op tijd naar bed, want morgen om 7.45 uur vertrekken naar Itaca. Enkele bassen en tenoren vonden andere dingen belangrijker en gingen pas later slapen (ik hoorde dat het erg gezellig was).
Maandag 10 ju1i:
Faxflits: Natuurlijk waren er weer een paar te laat, maar dat begint te wennen. Na onqeveer een half uur rijden een rustig plekje opgezocht langs de Highway voor het ontbijt. Do smeerploeg raakt al aardig ingewerkt. In no time had iedereen z’n buik vol. Lekker, gezond en goedkoop.
Tuf tuf in de bus, en met een dutje en films als ‘Le roi Lion’ en ‘Speed’ gaat het snel, in de richting van New York weet je wel. Hoe zou het toch komen dat Jos Poels nog steeds niks in zijn dagboek geschreven heeft? De reis is gewoon veel te leuk.Bij een picknickstop hebben we geprobeerd een groepje Amerikaanse jongens het veld uit te basketballen. Helaas, die USA-boys zijn veel te goed voor ons. Toch hebben we nog wel een paar puntjes gemaakt hoor.
19.30 Uur Holiday Inn Itaca, hier niet met z’n tweeën maar met vier zangers op een kamer.
‘s Avonds hebben veel mannen nog flink gezongen in de bar van het hotel. Er bleek dat de Zangers van St. Frans helemaal geen jongens meer nodig hebben. Enkele mannen kunnen ook heel goed sopraan of alt zingen. Zelfs het hoge Hallelujah van Händel knalde eruit.
Dinsdag 11 Juli:
8.00 uur New York here we come
13.00 uur New York here we are!
Aan de Amsterdamse avenue (er zijn geen grachten in Manhattan, ook al heette New York vroeger Nieuw Amsterdam) lag de jeugdherberg waar we meteen onze koffers naar boven hebben gesleept. New York, New York, gele altijd toeterende taxi’s, wolkenkrabbers, uit prullenbakken etende zwervers en limousines, walgelijk groot.

Faxflits: Peter en Ramon, die allebei al eens eerder in New York waren geweest, voerden ons toen door het nabijgelegen Central Park. Volgens mij kun je daar ‘s nachts beter maar niet komen.
Wandelingetje door Central Park dus, waar nog grote stenen liggen uit een of andere ijstijd, en vervolgens doorgelopen naar het centrum van ‘The Big Apple’. In de St. Patricks Cathedral afgesproken dat we daar de volgende dag zouden komen zingen. Hamburger happen en met de metro terug naar de jeugdherberg. Elke kleinere zanger kreeg een oudere zanger toegewezen om op hem te letten tijdens deze gevaarlijke trip. Toen we weer boven de grond kwamen en alles was goed verlopen juichten enkelen van opluchting en trots. Zo, dat hebben we er prima vanaf gebracht.
Faxflits: Alle ouders die vanavond het oud-papier gaan ophalen: Hartstikke bedankt!
Woensdag 12 juli:
Na het Nederlands ontbijt, dat we zelf in de achtertuin van de jeugdherberg klaarmaakten (en opaten) zijn we te voet naar de St. Patricks Cathedral gegaan. Hier kwamen we slechts vijf minuten voor het begin van de mis aan. De uniformen en mappen waren met drie taxi’s gebracht. Omkleden hup hup en miep miep zoef het podium op en zingen maar. Drie liederen hoefden we maar te zingen in deze schitterende kathedraal, maar die klonken dan ook als een klok. In minder dan 30 minuten was de mis voorbij (dat is wat voor de Paterskerk). Nog een groepsfoto maken voor de kathedraal en uit die warme, bezwete uniformkleren. Een t-shirt, korte broek en gympies zitten veel beter (hoewel het zelfs daarin nog bloedheet was). In kleine groepjes, groot en klein gemixed, zijn we toen gaan shoppen. CD’s, speelgoed, souvenirs, t-shirts, baseball caps, we wisten het wel te vinden. Prijzen werden vergeleken en gekocht werd er.
Faxflits: Het ging erg goed met groot en klein samen…….. Gezellie!
Met de hele groep gegeten in een restaurant, en wat eet je dan? Juist McKlef food! Fast, safe & simpel. Terug in de jeugdherberg had Hans Swinkels een leuk spel bedacht waarmee het hem lukte om ons anderhalf uur zoet te houden. Slapen maar en geen gezeur, 15 jaar is 15 jaar.
Enkele ouderen zijn nog uit geweest. Onder andere naar het ‘hardrock café’ waar allerlei gouden platen, muziekinstrumenten en kleding van popsterren aan de muur hingen, en naar ‘Planet Hollywood’. Dit is het café van Arnold Schwarzenegger, Bruce Willis en Silvester Stalone. Hier hing van alles uit de filmwereld aan de muur (bijvoorbeeld het handje van de Adams Family), en er stond ook de motor van Schwarzenegger uit de film Terminator II.
Faxflitsen (geschreven door de cafe-gangers):
* Bert houdt bet niet meer. Alweer wachten en hij barst van de dorst.
* en zelfs hier hoor ik nog steeds “Kan ik effe wisselen”. * Nou, i.p.v. wisselen hebben we gepot. We kunnen dus nog even doorgaan in ‘downtown N.Y.’ De rest van het geld gaat naar dé Hardrock t-shirts. Zal ik er ook één kopen?
* Het wordt tijd dat we weer een pilsje gaan drinken want de ‘rooie pieper’ van de kapelaan begint weer af te nemen.
* Say what?! This is your chaplain speaking: My god, what a day! Alles is hier Véél, Gróót, … en ook wel mooi: alles veel en vlug. Fast-food, Fast H-Mis. ‘n Absoluut record. Een gezongen Hoogmis van de Zangers van St. Frans in only 29 minutes! lets voor Venray? Too Dangerous: dat bederft de markt. En nu: Val me niet lastig, want ik ben toe aan een versnapering. God bless You. (ik kan de boys in deze toch niet bijhouden).
* Zo nu moet ik die vieze cola opdrinken dus het bier mis ik wel.
* Alfred Hitchcock kijkt mij aan van boven de tap alsof hij zeggen wil “Wat moet jij hier vanuit de Hei.
* This is the place to be.
Donderdag 13 juli:
Met de metro naar het zuiden van Manhattan en vervolgens met de boot naar het vrijheidsbeeld. Dit grote kopergroene mooie beeld staat namelijk op een eilandje. Snel rond het ‘Statue of Liberty’ gelopen en weer de boot op, vanwaar we een mooi uitzicht hadden op de skyline van Manhattan. Twee dezelfde torens die vlak naast elkaar stonden staken ver boven de andere wolkenkrabbers uit. Daar gaan we naar toe. Het is het World Trade Center. Een aantal jongens ging omhoog, de rest vermaakte zich beneden. De 107 etages zoefden voorbij. Jammer dat het niet zo helder was, anders zou er een prachtig uitzicht geweest zijn vanaf het dak waar je bovenop kon (420 meter hoog).
Via Wallstreet, waar de beurs van New York zich bevindt, liepen we door naar de haven. GATVERDAMME wat een vieze rotte lucht hangt er op zo’n visafslag. We waren op weg naar een groot winkelcentrum maar waren iets te ver gelopen, dus moesten we twee keer langs die vette lucht BAH! In het winkelcentrum (dicht bij Brooklyn Bridge) was alles redelijk duur. Er werd dan ook weinig gekocht. Een enkele slimmerik ontvluchtte het winkelcentrum en ging met zijn groepje de stad in, waar alles veel goedkoper was.
Terug in de jeugdherberg gegeten en voor het slapen gaan nog een paar uurtjes vrij om te spelen. Enkele mannen trokken hun nette kleren aan, want zij gingen naar de musical ‘Miss Saigon’ op Broadway. Het was een prachtige voorstelling.
Vrijdag 14 ju1i:
Zoals altijd weer vroeg uit de veren en ontbijten. Koffers inpakken en na enig perswerk bleek dat ook de vele gekochte souvenirs en kleding er nog bij konden. Een groepje mannen zou ervoor zorgen dat de koffers op het vliegveld kwamen. De rest heeft nog de hele middag de tijd om in kleine groepjes door de stad te wandelen, rond te kijken en wat laatste dingen te kopen. Maar toen was het zover. Eén lange rij maken en voor de laatste keer koppen tellen. Met de metro en bus naar bet vliegveld. Ooh, vliegveld, wat betekent dat ook al weer? Oh ja, wachten… Tsjonge jonge, wat zijn die mensen bij de incheckbalie traag. Onze DC-10 vertrok dan ook met maarliefst anderhalf uur vertraging.
Zaterdag 15 juli:
De vlucht verliep voorspoedig. Misschien ook wel niet, maar als je ligt te slapen dan merk je daar niets van. Ook in Parijs waren we snel klaar. Alleen het koffer van meneer van de Berg was kwijt. Met of zonder dat koffer, het maakte ons niks meer uit. We wilden naar huis en zijn dus ook snel in de klaar staande ‘Van Ham bus’ gesprongen om daar even lekker door te slapen.
Om 19.45 uur kwamen we bij de Galmhut aan. Ouders, broertjes en zusjes, vrienden en vriendinnetjes stonden ons op te wachten, met een spandoek of een traan.
We hadden heel wat te vertellen
Faxflits: Epiloog: Het was voor iedereen een onvergetelijke, fantastische reis, met geweldig veel hoogtepunten. We hebben in die 16 dagen zoveel gezien en meegemaakt, dat daar in veel gezinnen en zeker binnen het koor, nog heel lang over nagepraat zal worden.
The end.